051 69.02.48

Geschiedenis

SV De Ruiter sloot zich officiëel aan bij de KBVB in april 1948, maar zijn geschiedenis gaat eigenlijk terug tot de jaren 1933-1934. In de omgeving van de Groenestraat en De Most speelden de latere pioniers van De Ruiter op de wei van Ghekiere reeds oefenpartijen met bevriende burenploegen. Met de jaren breidde de oorspronkelijke groep zich uit met bijna uitsluitend gasten van de Groenestraat. De Most evolueerde stilaan tot een aparte zelfstandige ploeg en was dan ook de meest aangewezen ploeg om oefenpartijen tegen te spelen. Nogal wat wedstrijden eindigden vroegtijdig in een regelgevecht met slaande argumenten, zoals klompen en tabaksstokken.

Enkele namen van toen die het in de omgeving van de Groenstraat het mooie voetbalweer maakten: Maurice Ingels, Pol Lapere, Oswald Lapere, René Bossuyt, Maurice Vanackere, Marcel Froyman, Julien Deceuninck, Emiel Froyman, Valeer Vanhoorne, Jean Froyman, Albert Degryse, Roger Saelen, Maurits Geeraert, Pillaert, Maurits Buyse, Georges Laevens, Maurits Victor, Adolf Deveeuw, Firmin Naeyaert, Gaston Froyman, Jef Brabant, Eugene Degrendel en Marcel Pype. Met het uitbreken van de oorlog werd de bal opgeborgen. Sommigen moesten onder de wapens, anderen moesten vluchten en nog anderen werden krijgsgevangen genomen. Maar kort na de oorlog werd de draad opnieuw opgenomen en begon de ploeg en de entourage vaste vorm te krijgen. De ploeg kreeg een naam: De Groene Duivels. Oefenpartijen tegen een aantal gerenommeerde ploegen van toen eindigden al eens in overtuigende winst en stilaan groeide de overtuiging dat deze ploeg tot meer in staat was dan het spelen van oefenpartijen.

Via de wei van Gerard Vansteenkiste -moeilijk toegankelijk en niet de vereiste afmetingen- ging het naar het terrein van Jules Wallays, gelegen op de Ruiter en bakermat van club SV De Ruiter die onder impuls van Michel en Emiel Buyse, Julien Deceuninck , Cyriel Vanneste, Georges Deceuninck, Gerard Vansteenkiste en Albert Devriese aansloot bij de KBVB en blauwwit het stamnummer 4980 meekreeg. Vanaf het seizoen 1948 trad men ook aan in een officiële KBVB reeks. SV De Ruiter speelde zich van meetaf aan in de schijnwerpers en door zijn regelmatig presteren stevende SV in zijn eerste bestaansjaar ook meteen op naar de kampioenstitel. De ploeg uit dit seizoen 1948-1949: Frans Decock, Maurits Buyse, Joep Himbrecht, Roger Saelen, Frans Froyman, Gilbert Declercq, Adolf Deveeuw, Gaston Froyman, Victor Maurice, Jean Froyman, Richard Chielens en Tryphoon Vanhoorne.

SV dobberde enkele jaren rustig verder op het succes van het eerste jaar maar moest, na een herschikking der reeksen, vanaf het seizoen 1953-1954 een trapje lager spelen. En deze magere jaren hielden aan tot de beginjaren 60. SV was ondertussen met zijn hele hebben en houden verhuisd naar de huidige terreinen langs de Ieperse Aardeweg, eigendom van Emiel Buyse. Materieel -onder impuls van Gaston en Henri Froyman, Emiel en Michel Buyse, Rivcahrd Chielens en Maurits Seaux- en sportief -ondermeer met Hugo Delaey en Willy Vanneste- kende De Ruiter een succesvolle uitbouw. Tweemaal promotie na een gekruid met memorabele partijen, zelfs op de slotdag van deze competities (10-2 winst tegen SK Sleihage in 61-62 en 2-1 winst tegen Exc Zedelgem in 62-63). Enkele namen: Godfried Ghyselen, Roger Vandenberghe, Gery Ghekiere, Andre Driessens, Werner en Wilfried Scheldeman, Walter Vandewaetere, Raf Buyse, Willy Vanneste, Hugo Delaeye en Willy Buyse, Andre Driessens, Rik Hessel, Hubert Coppens, Nestor Vandoorne en Andre Lanssens.

Maar de opgave in 2de provinciale bleek iets te zwaar voor SV en in evenveel seizoenen tuimelde blauwwit terug naar de onderste regionen van de competitie. Samen met Henri Croes effende SV opnieuw de weg naar derde. Twee seizoenen na een stond het op de drempel maar in 68-69 was het dan uiteindelijk zover na winst op Pittem. De SV kassier had echter wel stiekem gehoopt om de barragepartij tegen Oostnieuwkerke. Op bestuursvlak gebeurden een paar ingrijpende dingen. Onder impuls van secretaris Etienne Dedier werd De Ruiter in 1967 een VZW. In 1968 hingen er zware onweerswolken boven SV want op een paar jaar tijd ontvielen liefst vijf bestuursleden waarvan enkelen toch onder dramatische omstandigheden. Rudolf Vandeweghe en Andre Vansteenkiste kwamen om door verdrinking in De Panne en Gery Ghekiere kwam om bij een verkeersongeval. En ook op sportief vlak ging het hen niet meer voor de wind en moesten zij in 71-72 opnieuw helemaal onderaan starten… Eventjes klaarde de sportieve hemel weer op voor KSV toen, eens te meer, de Roeselarse fusieplannen opnieuw boven tafel kwamen. Dit hàd voor blauwwit promotie kunnen inhouden maar de deal ging niet door.

Het volgende seizoen kreeg De Ruiter enkele raken klappen te verwerken: ontslag van Etienne Dedier en overlijden van stichter Emiel Buyse wat betekende dat het actieve bestuursbestand nog maar eens verder uitgedund werd. Maar ondermeer een oproep tot sportminnend Roeselare vulden het bestuurskader geleidelijk weer aan. Zo kon KSV zich stilaan opmaken voor zijn eerste jubileumviering in 1973. Onder leiding van speler-trainer Gery Moerman haalden zij de kampioenentitel binnen zij het wel op de voorlaatste speeldag op Moorslede waar zij met 1 – 3 wonnen. Dolle vreugde, Zuid Amerikaanse taferelen, bloemenhuldes, kampioenenviering, ontvangst op het Stadhuis, het viel De Ruiter allemaal te beurt. En zij waren vastbesloten hun stek in derde provinciale te behouden, wat hen gedurende de daaropvolgende seizoenen –dankzij het puntengewin in de voorrondes- ook lukte. De competitiestart van 1975-1976 verliep aanvankelijk niet echt vlekkeloos maar een sterke tweede periode brengt hen op een derde plaats en zet de deur open naar tweede provinciale.

Hier vulden ondermeer Walter Vandewaetere, Luc Fieuw èn Freddy Sinnaeve –later voorzitter en GC- de KSV rangen aan. Het geknok voor behoud mondde ei zo na uit in een kampioenenstrijd. De start van het seizoen 1976 – 1977 hield nochtans weinig bemoedigende perspectieven in, maar het roer werd omgegooid. Eerst een 8 op 10 maar vervolgens vier opeenvolgende nederlagen brachten hen toch weer in degradatiegevaar. Het werd knokken tot de laatste zondag. Het sprokkelde op het einde van de competitie enkele broodnodige punten maar pas op de slotdag werd het behoud in tweede zeker na de 3-2 winst tegen SV Izegem. Een trainerswissel en heel wat transferactiviteiten moesten meer zekerheid brengen voor De Ruiter maar de SV gelederen werden op een gegeven ogenblik zo zwaar door blessures geteisterd dat vervanging van een halve fanion zijn sporen naliet. De Ruiter zat met een weinig benijdenswaardige Rode Lantaarn opgezadeld. En voor het eerst stak de eigen jeugd een neus aan het venster. Een puntenrijk seizoenseinde kon echter niet verhinderen dat blauwwit een trapje lager van start moest gaan voor de competitie 1978-1979.

De toenmalige trainers hadden er een belangrijke opdracht bijgekregen: een zoektocht naar een evenwicht tussen de ervaring en het jeugdig enthousiasme. En naast de grote namen Vandromme, Labeeuw, Sinnaeve, Vandewalle, Guillemyn, Brouckaert, Lambersy verschenen nu ook Yves Beernaert, Ludo Huyghe, Luc Reubens, Filip Vergote en noem maar op. Na een eerder moeizaam verlopend seizoen eindigen zij in het seizoen 1979-1980 op een vijfde plaats na een behoorlijke tweede ronde. Toenmalig trainer Marc Wullaert slaagde erin om SV vanuit de onderste regionen met een 13 op 16 opnieuw naar de top te loodsen. En ondermeer het toenmalig leiderstrio kreeg harde klappen van het onstuimige SV; Moorslede werd met 1-0 en Oostduinkerke met 2-1 ingeblikt en Zonnebeke kreeg een 6-0 pandoering om de oren.

Het SV bestuur had zijn conclusie getrokken: de koers van de jeugd zou gehandhaafd worden. Met niet minder dan acht eigen spelers werd De Ruiter in derde (1980-1981) een te duchten tegenstander. De ambities om een trapje hoger te spelen brachten SV opnieuw in de verleiding om de transfermarkt af te schuimen maar zij krijgen de rekening gepresenteerd. Op het nippertje kon behoud afgedwongen worden (1981-1982). Maar hierna gaat het hen echt niet meer voor de wind. Trainer Bourgeois gaat, Staf Verfaillie neemt de fakkel over maar door een speling van het lot tuimelde De Ruiter toch naar vierde(1982-1983).

Opnieuw wordt in de richting van de jeugd gekeken want de juniors hadden zopas het seizoen met kampioenstitel afgesloten. Met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar gaat blauwwit van start, wordt enkele keren zwaar onderuit gehaald maar deze jeugdige ploeg knapt niet af. Na de jaarwende sluit De Ruiter een rij van 6 winstpartijen af, nestelt zich op een 2de plaats en maakt zich op voor de confrontatie met de nummer 1, SV Moorslede. In de heenronde werden zij met 4-1 verliescijfers huiswaarts gestuurd. Blauwwit was vastbesloten revanche te nemen voor dit verlies. Het wordt een hoogdag voor het voetbal in deze uiterst spannende Grote Derby. Toch slaagt rood-geel erin om, weliswaar met het kleinste verschil, zijn 1ste plaats veilig te stellen. De troef die zij echter kregen, een ticket voor de eindronde, kon niet uitgespeeld worden maar De Ruiter kon het op dat eigenste ogenblik nog niet beseffen maar het zou op dat vlak een ijzersterke reputatie opbouwen en het begon al in het daaropvolgende seizoen (1984-1985).

Na een heenronde met ups en downs worden zij de ploeg van de tweede ronde en mogen zich opnieuw opmaken voor de nacompetitie. Na Herstberge komen zij tegenover een zegebelust Pittem te staan. Pas na verlengingen en strafschoppen beukt De Ruiter opnieuw de deur open naar derde. In de daaropvolgende seizoenen strandde het tweemaal vòòr de eindronde (1985-1986: na een zwakke start wordt een spoor door het klassement getrokken maar plots worden de punten opnieuw te grabbel gegooid. Deelname aan de eindronde en redding uit de degradatie lagen nooit zo dicht bij elkaar. Een puntenloos seizoenseinde en SV moest zich plots volop concentreren op behoud. 1986 – 1987: SV is duidelijk beter klaargestoomd en staat op een zucht van de eindronde. Nieuwkerke bleek een oninneembare vesting. Dit gelijkspel en het verlies tegen rechtstreekse concurrent Oostduinkerke houden hen weg uit de eindronde). Eénmaal (1987-1988) werd het geklopt op de meet door het 3-1 uitverlies tegen Poperinge. In 1985 had Staf Verfaillie de trainersfakkel doorgegeven aan Werner Meeremans.

In het seizoen 1988-1989 trad Meeremans in de voetsporen van Delaey en Sevenoo en stootte door naar tweede provinciale via, jawel de eindronde. Zette eerst even Koksijde met een drie op vier opzij, bracht vanuit het Heuvellandse Nieuwkerke een 2-3 overwinning mee naar huis en kon promotie veilig stellen na de 1 -0 op eigen terrein na een zenuwslopende finale. De inbreng van juniorstrainer Jacky Debrauwer ging niet onopgemerkt voorbij want niet minder dan zeven juniors hadden de plaats ingenomen van de geblesseerden. Francis Soenen, Peter Decancq, Kristof Ruebens, Stefaan Ingels, Vincent Beernaert, Jurgen Claessens en Johan Van Eeckhoutte. Te weinig ervaring doet SV de das om en het leven in tweede provinciale was van korte duur.

In derde provinciale (1990 – 1991) voelt De Ruiter zich duidelijk meer thuis en eens te meer zetten zij de deur naar tweede op een kier via de eindronde maar Sparta Dikkebus slaat in extremis de droom aan diggelen. SV blijft de top ambieren maar bevond zich plots in de degradatiezone. Het gevaar bleek uiteindelijk onafwendbaar en SV tuimelde naar vierde (1992 – 1993). De Ruiter wilde kost wat kost weg uit het dal en zeker met het oog op de nakende Jubileumviering. In het seizoen 1997-1998 bestaat De Ruiter immers vijftig jaar en het zou natuurlijk prachtig zijn mocht de Koninklijke titel een trapje hoger gevierd kunnen worden. Maar nervositeit en te wisselende prestaties houden SV alsnog in vierde, spijts de eindrondes. Tegen Helkijn (1994), tegen Bredene (1996) tegen Aalbeke (1997) lukt het echt niet. Waar Jacky Debrauwer, Werner Meeremans en Yvan Degryse niet in slaagden, lukte Patrick Verheule dan uiteindelijk dan toch in 1999. Nadat Snaaskerke opzij gezet werd, kreeg het Davo Westende op bezoek. En Davo verwierf een riante uitgangspositie (1-2) , hield de bloemen en de champagne klaar maar dat was buiten de waard gerekend. De Ruiter streed met een nooit geziene inzet en draaide de rollen compleet om. Na jarenlang geknokt te hebben mochten zij eindelijk de weg naar derde terug inslaan.

Maar de vreugde was van korte duur ! Het werd een ticketje heen en terug, meer nog het daaropvolgende seizoen zakten zij tot in de onderste regionen op een weinig benijdenswaardige 13de plaats. In 2001 – 2002 – 2003 eisten zij een vaste stek op in de linkerkolom en bemachtigden hiermee toch weer eens een eindrondeticket maar raakten niet doorheen de eerste rondes. Moorsele en Rekkem bleken een maatje te groot (KSV – Moorsele – KSV 2-1 en 6-2, Rekkem – KSV – Rekkem 4 -2 en 1-0) Voormalig hulptrainer Gino Vanhaelewyn moest in 2003-2004 in navolging van trainer Polley, proberen de ambities van KSV De Ruiter waar te maken maar na een wisselvallig seizoen in een vrij sterke C reeks, strandde KSV op een zucht van de eindronde. In het tussenseizoen tastte KSV behoedzaam de transfermarkt af, maar zorgde toch voor enkele opmerkelijke doublures voor de meest cruciale plaatsen. Maar ook nu bleek de reeks C een uiterst sterke reeks te zijn met tal van titelkandidaten, waaronder toch wel als meest opmerkelijke Toekomst Menen, jaren de underdog in 4de C geweest. Ontgoocheld over de uitblijvende resultaten haakte trainer Gino Vanhaelewyn vroegtijdig af. Hulptrainer Dirk Lambersy nam de taak over maar ook dit seizoen werd gekenmerkt door te wisselvallige prestaties en dito resultaten waardoor nu de eindronde een onbereikbaar doel bleek te zijn. Toch kon KSV in de slotfase van de competitie nog oprukken naar een verdienstelijke 10 de plaats in het klassement.

De herschikking van 4de Provincale in het seizoen 2005-2006 brengt met zich mee dat er één reeks bij komt, maar het betekent meteen ook minder ploegen én wedstrijden. De Ruiter wordt ondergebracht in reeks A en ditmaal wilde De Ruiter niets aan het toeval overlaten. Op vrijwel alle plaatsen wordt voor (serieuze) versterking gezocht. Niet alleen ervaring, maar ook jeugdig enthousiasme en inzet wordt in aanmerking genomen. En de voorbereiding legt KSV geen windeieren. Finale Beker van het Houtland, 16 de finale tegen Dosko voor de Beker van België (winst met penalty’s! en meteen naar de volgende ronde tegen Koksijde…

Al na enkele wedstrijden bleek dat de titelstrijd ging gaan tussen SK Staden en KSV De Ruiter. De rechtstreekse confrontatie tussen beide tenoren sloeg al driepuntenkloof. De Ruiter werd in de rol van achtervolger geduwd. Eventjes dreigde de ploeg van Dirk Lambersy de trappers te verliezen en na het onverwachte verlies tegen Alveringem nestelde Staden zich aan de top. KSV herpakte zich en liet geen steken meer vallen. Maar ook Staden bleef bevestigen en naarmate de competitie vorderde bereidde blauwwit zich stilaan voor op de eindronde. Enkel, er bleef nog die rechtstreekse confrontatie De Ruiter – SK Staden. Staden was er vrijwel zeker van een onoverbrugbare kloof te kunnen slaan. Maar een collectief ijzersterk De Ruiter stuurde Staden na overtuigende 3-1 winst, puntenloos huiswaarts.

Dit zou de kentering betekenen in de competitie. De Ruiter had niks meer te verliezen, voor Staden werd de druk immens groot en liet steken vallen. De Ruiter naderde tot op één punt. Bij buur Staden lukte plots niets meer, en de mannen van Lambersy roken de titel. Achterstand werd plots omgebogen in voorsprong en op 26 maart viel het doek over de competitie. De 2-1 winst voor eigen publiek tegen Nieuwkapelle betekende meteen dat KSV De Ruiter zich na 33 jaar nog eens mocht opmaken voor een titel en een ticketje voor derde, waar het sinds 2000 zo hoopvol naar uitkeek.

Als neofiet in Derde verging het KSV aanvankelijk niet zo goed. Het haalde een magere 0 op 9 maar kon zich na de desastreuze start herpakken en sprokkelde op regelmatige basis de nodige punten meestal tegen de beter voetballende ploegen, zorgde nu en dan zelfs voor een stunt (wedstrijden tegen Houthulst en Hooglede!) terwijl het hen dan tegen de mindere goden minder goed verging. De slotfase van de competitie kende nog een onverwachte wending toen KSV in de running kwam voor een eindrondeticket. Voor de derde maal op rij kwam het hier Houthulst tegen maar na de 0-3 en de 2-1 overwinningen in de competitie bleek KWS nu een maatje te groot (1-2 en 1-1 ).

In 2008 mocht KSV 60 kaarsjes uitblazen en binnen de KSV wandelgangen gingen steeds meer stemmen op deze viering met een promotie naar tweede provinciale te bezegelen. Samen met de aanwinsten Pierino Berguigue, Lesley Thorrez, Giovanni Callewaert, Jens Declercq, Kevin Vandecasteele, Jeffrey Verhoeven en Ringo Taillieu zouden overige KSV’ers voor de kers op de taart moeten zorgen. Van meetaf aan bleek KSV de torenhoge favoriet. Ditmaal mistte KSV zijn seizoensstart niet en met een 12 op 12 ging het richting Hooglede waar het echter met een 1-1 een halt toegeroepen werd. Tegen Geluveld (1-2 ) en Westouter (1-2) verloor het even de trappers maar op het veld van Hollebeke herpakte KSV zich en plaatste hierna een onafgebroken reeks van 20 overwinnignen neer. De andere titelkandidaten (Veurne en Hooglede) lieten regelmatige een steekje vallen maar zekerheid omtrent de titel moest beslecht worden in Veurne maar na de 1-4 winst mocht KSV 3 wedstrijden voor het eidne van de competitie aan het feesten beginnen.

terug naar boven